Een onverantwoord kasteelbesluit

Ik twijfel. Een mening over het kasteelproces, dat is voor mij altijd een gevaarlijke. Omdat ik adviseur was van een projectontwikkelaar die het eerder probeerde, worden mijn woorden misschien anders geïnterpreteerd. Maar ik ben ook gewoon een burger van Gemert-Bakel die enige betrokkenheid bij het Gemerts kasteel niet ontzegd kan worden. En die betrokkenheid ontlokt mij nu een kritische blik op het proces. Kritiek, die me hopelijk zakelijk niet duur komt te staan in de vorm van tegenwerking bij mijn projecten. Rancuneus zou ik dit gemeentebestuur echter niet willen noemen dus dat zal wel loslopen. Afijn, de balans valt voor de lezer van dit blog positief uit: bij deze een mening. 

Besluit versus werkelijkheid

Wie donderdag de bespreking van de kasteelplannen in de gemeenteraad heeft gezien, kan eigenlijk maar één conclusie trekken: ons gemeentebestuur staat – als het gaat om het kasteel – los van de werkelijkheid en heeft dientengevolge een onverantwoord besluit genomen. 

Vanwaar deze conclusie? Ik zal het onderbouwen. De raad bewandelde de geijkte paden: het CDA irriteerde zich aan kritische vragen omdat Gemert gewoon blij moet zijn met een ontwikkelaar die zijn nek uitsteekt. De kleinere partijen vonden dat die ontwikkelaar de noodzaak van meer woningbouw eerst maar eens moet aantonen voordat zij ja zeggen. Ze kregen natuurlijk geen poot aan de grond. Het collegevoorstel haalde het en de meerderheid zal tevreden zijn met dit besluit: “De ontwikkelaar kan nu door met zijn plan.” 

Maar de wérkelijkheid is dat de problemen zich al op voorhand laten uittekenen. Neem het parkeren. Parkeren op de landerijen, wat het plan is, wordt door de provincie in een stevige brief resoluut terzijde geschoven. Onder de gracht wordt een hels technisch en kostbaar karwei. Voor andere oplossingen zijn andere grondeigenaren nodig. In de tijd die het kost om deze puzzel te leggen, hebben de kopers van de miljoenenappartementen niet de eigen overdekte parkeerplaats die hen beloofd is. Recept voor teleurstellingen.

Neem ook het bomencarré. Wat de ontwikkelaar wil (39 woningen) past daar gewoon helemaal niet op volgens de kaders van de raad. En de provincie wijst überhaupt woningbouw op deze plek onomwonden af. Tel uit je verlies.

De gemeenteraad zal zichzelf best stoer vinden nu. En een grote meerderheid van de Gemertse bevolking zal zich scharen achter de CDA-lijn: vooruit met de geit. Maar er is maar één belanghebbende of één groep van mensen nodig die met goede argumenten het plan kan laten sneuvelen. Hard roepen dat je het allemaal maar moet geloven, werkt dan echt niet. Er staan nu gewoon onderbouwde adviezen op papier, die keihard contrasteren met het besluit van de raad. Dat wordt een ondoenlijke klus in de rechtbanken.

Regie en verantwoordelijkheid

De wethouder zei: “De projectontwikkelaar is verantwoordelijk voor een goed plan en dan is het aan de provincie om te toetsen of aan haar advies wordt voldaan.” Het gemeentebestuur plaatst zich bewust buiten de regie. Nu al is duidelijk dat het gewenste programma, de kaders en de randvoorwaarden vanuit andere instanties niet kúnnen matchen, maar de raad laat het oplossen van de problemen over aan de anderen in dit cruciale, met niets in Gemert-Bakel te vergelijken project. 

Ons gemeentebestuur zou haar verantwoordelijkheid moeten pakken en publieke waarden en private wensen in een open planproces naast elkaar moeten leggen. Op zoek naar gezamenlijkheid, de grootst mogelijke meerderheid in de politiek en draagvlak in de (brede) omgeving. Want als je dat straks kunt aanbieden aan de Raad van State, speelt dat nadrukkelijk ten goede mee.

‘Gelukkig’ (merk de aanhalingstekens op voor de cynische ondertoon) heeft de meerderheid van de raad donderdag ook meteen uitgesproken een financiële bijdrage aan de ontwikkelaar geen probleem te vinden. Nou, dat is in ieder geval een ontsnappingsroute als alles mislukt. Is dat bedrag dan ter grootte van de gemiste opbrengst van die 39 woningen in het carré, of de gemiste opbrengsten in De Haag? Geen man die het nog weet, maar dat de portemonnee getrokken wordt staat wel vast nu, zolang de samenstelling van de coalitie niet verandert.

Goed voor de burgers lijkt het me allemaal niet. Dit gaat nog jaren en jaren duren. En dat vind ik gewoon onverantwoord.

Ik ga iets nieuws doen!

Ik heb er blijkbaar een handje van om in een crisis met iets nieuws te beginnen. Op het zwaartepunt van de krediet- en huizencrisis begon ik met mijn bedrijf, tijdens de coronacrisis ga ik nu een nieuw concept opzetten. Ik ga de voormalige dorpssupermarkt in De Mortel een nieuwe invulling geven. Eigenaar/verhuurder Stichting Mortels Belang is enthousiast over het plan. We hebben de nodige afspraken gemaakt en daarom is nu het moment om er meer over te vertellen. 

Dorpskantoor

Ik ga de voormalige winkel aan de Oude Molenweg inrichten als kantoorruimte, het Dorpskantoor. Daar ga ik zelf met mijn eigen bedrijf Projectaandrijving kantoor houden. De aanleiding is dat ik graag een eigen kantoorruimte zou willen met een spreekkamer, in plaats van de werk-/slaapkamer thuis. Ook het sociaal contact op de werkvloer is iets dat je als zzp’er wel eens mist. De voormalige winkel biedt een mooie kans om die wensen te verwezenlijken. 

De winkelruimte zelf wordt een open kantoor met vier werkplekken en een afzonderlijke spreekkamer voor vergadering of telefonisch overleg. Dat is natuurlijk allemaal te groot voor mij alleen en daarom is er ook een kans voor ondernemers die zich herkennen in mijn verhaal om aan te sluiten in het nieuwe concept. 

Aan de achterzijde van het pand is een aparte ruimte gelegen, die een eigen entree heeft aan de Sprenkstraat. Deze ruimte is perfect te gebruiken als een praktijkruimte voor bijvoorbeeld een coach, psycholoog of accountant. Met een eigen toilet en de eigen entree is voldoende privacy aanwezig. Dus ook daarvoor is plek in het Dorpskantoor. 

Als het Dorpskantoor draait wil ik ook gelegenheid bieden aan mensen die -ook na corona- een of meer dagen ‘thuis’ moeten of willen werken maar dit wel graag in een werkomgeving zouden willen doen in plaats van tussen het kinderspeelgoed. Hoe dit dan in zijn werk gaat, volgt later. Tenslotte is onderdeel van het concept om ook iets voor De Mortel te betekenen met een stukje dienstverlening. Ik denk dan aan de verkoop van kaartjes voor evenementen of aan het verstrekken van folders van het Mortels Ommetje aan recreanten. Ook dit wordt later uitgewerkt. 

Spreekt het bovenstaande je aan en zou je graag mee willen doen en mee willen denken over het uitwerken van dit concept? Neem dan gerust contact met me op via dorpskantoordemortel@gmail.com of via mijn mobiele nummer 06-20077740. We bekijken dan of de match gemaakt kan worden. 

Het is een hele uitdaging, maar wel een leuke uitdaging. De komende weken zullen we zeker nodig hebben voor de inrichting. Daar komt toch wel het nodige bij kijken. We hebben al verschillende ideeën en gaan ervoor!

De voormalige dorpssupermarkt. Hier komen (o.a.) vier werkplekken en een spreekkamer
De ‘praktijkruimte’ met een eigen ingang en wc, perfect voor een coach, belastingadviseur of psycholoog

Jaaroverzicht der Projectaandrijving

Ook tweeduizendtwintig is de moeite van het terugkijken waard. Op deze laatste dag van het jaar kan er weinig meer gebeuren dat de boel nog helemaal overhoop gaat halen (maar zeg nooit nooit), dus tijd voor een jaaroverzicht. De resultaten en de lessen, de ervaringen en de gedachten, hieronder staan er -heel beknopt- een aantal op een rij.

1.     Over de resultaten
Daarvoor zitten we in de business natuurlijk, resultaat halen. Zorgen dat mijn opdrachtgevers vooruit kunnen met hun bouwplan of met hun idee om een andere invulling aan de beschikbare ruimte te geven. Ook in 2020 is dat een aantal keren gelukt. Her en der worden stenen gestapeld, wordt beplanting aangelegd of openbare ruimte ingericht als gevolg van de pennenstreken en andere acties van ondergetekende. Zo is dicht bij huis Goed Wonen op een paar plekken de bestemmingsplannen voor herstructurering van wijkdelen voortvarend ten uitvoer aan het brengen, en aan de Zandstraat verrijst het houten raamwerk van de droomwoning van een van mijn beste vrienden. Om maar eens wat te noemen. Onzichtbare resultaten zijn er ook, dan gaat het vaak om wijzigingen van het gebruik. Ook dat moet onderbouwd en soms bevochten worden. 
 
Maar als ik de projectenlijst doorneem zit er ook nog wel heel veel in de papieren route. En soms ook al het hele jaar door. In het jaar van de ademnood hebben een paar mensen echt wel een lange adem nodig gehad. Wat is het dan prettig als er zaken kunnen worden afgehamerd. Bijna letterlijk gebeurde dat met het bestemmingsplan voor de woon-werklocatie aan de zuidrand van De Mortel, waar vanwege corona één zin en een hamerslag een proces van acht jaar bekrachtigden. We zijn er nog niet, maar kijken met vertrouwen naar volgend jaar. Dan ligt ook voor andere projecten het moment van uitvoering op de loer: een bedrijfsgebouw, diverse woningen, een dorpscamping en een minicamping, een VAB en een grote bedrijfsverhuizing. Om maar eens wat te noemen. 
 
2.     Over werkplekken
Toen 2020 begon had ik een eigen werkplek, in deeltijd, bij een gemeente. Een paar maanden mocht ik in Cuijk weer eens proefondervindelijk vaststellen dat het van waarde is om een paar gezellige collega’s om je heen te hebben. De terloopse grap, de verontwaardiging en daaropvolgende discussie als gevolg van een nieuwsbericht, het is toch anders als zich dit alleen in je eigen hoofd afspeelt. Daar ben ik dan ook wat meer naar op zoek gegaan als het gaat om mijn eenmanszaakje: reuring. Daartoe ‘gedwongen’ door een verhuizing met emotionele achtergrond. Mijn ouderlijk huis is in de verkoop gegaan en ik ging van Memory Lane naar de Hemelstraat. De kantoorslaapkamer moest er ook aan geloven, maar dat gaf wel een mooi duwtje om verder te kijken. 
 
Ik vond (in ieder geval tijdelijk) opvang aan het Binderseind in Gemert, bij Creatief Terrein tegenover de pizzeria (dat laatste is vooral handig als je bij het afhalen van de lasagna al forno tóch op de wifi wil, heb ik gemerkt). De vrije plek die daar nog was heb ik het afgelopen jaar bezet, maar ook nu in deeltijd -al dan niet door het kabinet gedwongen. Het gaf leuke momenten met creatieve mensen. Helaas hebben we nog niet het genoegen mogen smaken om de vrijdagmiddag steevast op het terras van D’n Engelenburcht af te sluiten; er blijf dus nog wat te wensen over voor 2021. Eens kijken waar ik uiteindelijk me weet te settelen.
 
3.     Over vaardigheden
Jaar na jaar raak ik meer en meer thuis in de tekenpakketten van deze wereld. Illustrator, Photoshop, InDesign, maar ook Autocad(achtig) hebben nog steeds heel veel maar steeds minder geheimen voor me. En dat vind ik buitengewoon prettig, want op deze manier kan ik mijn documenten voorzien van (naar ik hoop) verhelderende tekeningen en kaarten. Afgemeten en ingekleurd, inzichtelijk genoeg voor de beoordelende instanties om hun blik over te laten gaan. Ik erken onmiddellijk en stante pede dat de poel van boven mij gestelden wat betreft deze vaardigheden oneindig groot is, maar ik kan er wel van genieten als een knappe situatietekening weer gelukt is. Het is ook werkelijk fantastisch welke mogelijkheden die programma’s allemaal hebben. Samen met het verder uitdiepen van mijn schrijfvaardigheden geeft dat wel een mooie dimensie aan mijn werk. Tekenen en schrijven kunnen me echt de tijd doen vergeten, brengen me helemaal ín het moment en diverse zelfhulpboeken kunnen er op nageslagen worden die je zullen aangeven dat dát helemaal the bomb is.
 
4.     Over corona 
Een jaaroverzicht zónder, dat zou iedereen wel willen maar is ondoenlijk. Het is ook vaak een vraag in het chitchat-gedeelte van een gesprek: en, heb je veel last van corona en alles? Naar waarheid antwoord ik dan dat dit gelukkig niet zo is. Mensen houden plannen en plannen duren jaren, dat weet men ook. Dus dit ‘année sans’ heeft dan niet zoveel invloed. Natuurlijk gaat het soms wat stroever en wordt corona mij iets te vaak als excuus voor niet handelen misbruikt, maar grosso modo kan ik zeggen dat het zakelijk gezien toch een goed jaar is geweest. 
 
Sociaal ontplofte in maart natuurlijk wel een nucleaire bom, die grootse plannen voor de Mortelse kermis, het jubileumjaar van de carnavalsvereniging en minder grootse plannen om gewoon elke donderdagavond gezellig naar de Mortelse studentenavond te gaan in één klap wegvaagde. Het was wennen, maar: dat er nu voor mij nee werd gezegd, terwijl er al meerdere weekenden vol gepland waren met feestjes, heb ik stiekem een beetje als een zegen ervaren. En dat durf ik best hardop uit te schrijven, want het sentiment werd in mijn van feestjes aan elkaar hangende dorp redelijk breed gedeeld. Even het gas eraf wat dat betreft, het kon ook wel een keer. Wel heel erg jammer voor de feestvarkens in kwestie en de cateraars en partyverhuurders die hen zouden faciliteren, laat dat wel gezegd zijn. Dat positieve sentiment is overigens wel verdwenen toen de zon het land uit vertrok hoor. In het najaar blijkt het toch vooral kommer en kwel en een gemis om niet meer met mijn dorpsgenoten en vrienden te kunnen hangen. Ik hou me maar zoveel mogelijk aan de regels om er zo snel mogelijk van af te zijn.
 
Voor mijzelf betekende de lockdown overigens ook vooral tijd en productiviteit. Tijd om het boek van mijn oud-collega Janine en mijzelf in de steigers te zetten over onze oud- wethouder Harrie Verkampen. De voorinschrijving is inmiddels gestart (mail naar boekverkampen@gmail.com als je straks in het voorjaar een exemplaar wil kopen) en dat hebben we geweten. Leuke reacties en veel bestellingen, dit gaat een item worden voor het volgende jaaroverzicht!
 
5.     Over de toekomst 
Er ligt genoeg op de plank om me het komend jaar over op te winden. Zoals aangegeven is er al het nodige papierwerk in stelling gebracht in de richting van vergunningen en bestemmingsplannen. Ik verheug me vooral op een gebiedsontwikkeling waar ik nog niet teveel over kan zeggen maar die er veelbelovend uit ziet. Eentje met de focus eens een keer niet op de rode, maar op de groene en blauwe kant van de aardbol. Een belangrijke kant, vind ik steeds meer. 
 
Daar zal ook het nodige over te doen zijn in het nieuwe jaar: wanneer komen we uit deze crisissituatie en hóe dan? Wordt het al heel snel business as usual, klappen we er qua hedonisme en losbandigheid er juist eens lekker tegenaan of gaan we toch op weg naar een nieuwe wereldorde waar welzijn boven welvaart het overkoepelende thema wordt? Never waste a good crisis. Zelf schat ik in dat de eerste twee richtingen vanzelfsprekender zijn dan de laatste. Daarvoor is de ellende -excuses aan de zorg en de slachtoffers- bij lange na nog niet groot genoeg. Maar dat is maar een mening, of verwachting. Een van de vele die rondwaren in ons landje. 
 
De laatste uren schrijden voort. ‘Yesterday’ is aan de beurt op de radio. De bestelling oliebollen is geplaatst, een paar kilometer verder dan we gewend zijn. Het eindejaarsbierpakketje van mijn stamcafé staat in de koeling. De overgang naar eerst nog meer ellende en dan pas wat verlichting (voorspelling) zál gatdoeme gevierd worden! Op naar het tiende jaar van mijn eigen onderneming. 
 
Nou, dat was het voor dit jaar. Heb je het tot hier gehaald, dan kun je lezen dat ik je een bijzonder goed jaar wens, in goede gezondheid en met veel zakelijk en persoonlijk succes. Mocht je niet tot het einde van de tekst zijn gekomen, dan wens ik je dat ook maar dan moet je ernaar raden. 
 
Ik ga eruit met een mooi gedicht van dichteres Merel Morre. Tot snel, Kalb out!

De kruimel en de postzegel: wie het kleine niet eert

Ik weet nog goed dat ik bij de start van mijn bedrijf hemelbestormende gedachten had en deze ook op papier zette in het ondernemingsplan. Ronkende projecten zou ik gaan uitvoeren: complexe herbestemmingen, gebiedsontwikkelingen, herstructurering van verrommelde complexen, woningbouwprojecten. Verwend geraakt door het IGP Bakel-Milheeze, waar ik feitelijk 400 hectare verandering onder mijn hoede had, zag ik de toekomst voor me als spin in het web van de grote projecten. En dat gebeurt ook bij tijd en wijle wel, maar wel in veel mindere mate dan gedacht. In veel grotere mate dan gedacht heb ik de kleine ontwikkelingen in mijn portefeuille. Een teleurstelling? Nee hoor.

Levenswerk
Ruimtelijke ontwikkeling draait uiteindelijk ook maar gewoon om mensen. Want het zijn de mensen die de wensen hebben. De ontwikkelaars en de overheden die gaan over de grote getallen, hebben uiteindelijk ook die wensen voor ogen. Mensen willen wonen, willen recreëren of ergens werken en dat moet gefaciliteerd worden. Logischerwijs begeven ‘de grotere jongens’ zich daarbij op een wat hoger abstractieniveau. Een woonwijk geeft invulling aan het woningbouwprogramma, een tot workspace herbestemde garenfabriek is een toonbeeld van urban development. Het resultaat is iets voor mensen, maar tegelijkertijd ook voor de portemonnee. En daar is helemaal, maar dan ook helemaal niets mis mee. It makes the world go round. Het kan heel mooi zijn, het is meestal een verbetering, en soms supergaaf. En ik werk er graag aan mee. 
 
Maar bij de kleine plannen draait het om levenswerk, om een intrinsieke motivatie. Een vader die ziet dat zijn zoon niet aan een woning kan komen en daarom het verzoek of die woning in zijn eigen tuin gebouwd kan worden. De zorgboerderij die de cliënten ook de mogelijkheid wil kunnen bieden om te logeren in plaats van alleen overdag aanwezig te zijn op de dagbesteding. Een bewoner van een oude bedrijfswoning die zijn huis niet kan verkopen totdat er een woonbestemming op zit. Het raakt de mensen meteen in het persoonlijke leven. En het is zeker niet teleurstellend om een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van een droom of een goed business-idee of aan het oplossen van een acuut probleem, hoe ‘klein’ het plan ook is. 
 
Tijd en geld
We hebben het inmiddels zo geregeld met elkaar dat bij wijze van spreken elke verandering in een leven ook een ruimtelijke procedure inhoudt. Je zou iedereen wat meer flexibiliteit toewensen, maar dat zit er helaas niet meer in in dit land vrees ik. Er zijn pogingen gedaan om de zaken als ze klein zijn ook procedureel klein te houden, dat heet dan bijvoorbeeld de ‘kruimelgevallenregeling’, maar een procedure zult u krijgen. Daar moet tekenwerk voor gedaan worden, daar moeten schrijfsels voor op papier komen en daar moet een stempel op komen. Dat duurt sowieso even. 
 
Ik mag dan vaak degene zijn die uitlegt wat er allemaal moet gebeuren voordat de wens, die werkelijk gevoelde behoefte, werkelijkheid kan worden. Poeh, dat valt zeker niet altijd mee. En soms zie je het resultaat van de buitenkant nog niet eens, waar hebben we het over? Oh ja enne… wat kost dat dan? Dat valt nog minder mee. Als het goed is ligt het ook wel weer in verhouding met wat je ervoor terugkrijgt, maar als je pech hebt telt het wel op tot duizenden, soms vijfduizend of tienduizend euro. Of nog meer. Dan moet men even slikken. En ik eigenlijk ook elke keer weer. Ik vertel het ze, maar voel me toch plaatsvervangend bezwaard.
 
Ik probeer me te verplaatsen in het idee dat ik tienduizend euro ‘uit mijn eigen tes’ zou moeten betalen voordat ik dat idee dat ik in mijn hoofd heb, kan verwezenlijken. Voordat ik de plek waar ik woon anders kan gaan gebruiken of dat huisje voor mijn (fictieve, voor de duidelijkheid) zoon kan gaan neerzetten. Natuurlijk, in waarde achteraf krijg je het altijd wel rondgerekend. Maar je moet dat in feite nú uit de portemonnee trekken, terwijl je nog niets hebt. Je loopt een persoonlijk risico, wat bij een grote vastgoedontwikkelaar toch net iets anders ligt. Je moet je spaargeld aanspreken, een vakantie uitstellen. Ik heb grenzeloos respect voor die potentiële klanten die dan opdrachtgevers worden doordat ze zeggen: “Doe maar, ga maar aan de slag”.
 
Dus voor de balans in je werk, de voeling met waar het echt om gaat, is het aan te bevelen ook de plannen dicht-bij-de-grond op te pakken. Het kruimelgeval, de postzegel. Zet je daar met hart en ziel voor in, dan ben je het grote ook dubbel en dwars weerd. 

Van papier naar werkelijkheid

Wat begint met een idee in het hoofd van een opdrachtgever komt via gesprekken als een verzameling lijnen, letters en kleuren op papier terecht en dat papier wordt al dan niet digitaal bestempeld zodat het de basis is om iets fysieks te gaan doen. Breken, graven, bouwen, planten. Ik ben nu al een aantal jaren een schakel in deze ketting en hoe prettig ik het ook vind om argumenten te bedenken en op te schrijven, het haalt het natuurlijk niet bij waar het allemaal om te doen is: het daadwerkelijk anders ordenen van de ruimte. De praktijk. 

Mooi dat ik toch altijd wel een rondje zou kunnen maken in mijn omgeving om waar te nemen hoe het papier werkelijkheid wordt: hoe ter plaatse van een geel vlakje een heel appartementengebouw of een nieuwe woning wordt gebouwd (keurig achter het zwarte lijntje dat de rooilijn is), hoe een paars vakje wordt klaargewalst voor de vestiging van een modern bedrijf en hoe op de plek van een groen rondje een heuse boom wordt geplant. 
 
Ideeën blijven, ontwikkeling blijft, corona of niet. En het kan kort duren of iets langer of heel erg lang, maar waar een wil is, is vaak wel een weg. Sommige ideeën sterven natuurlijk en helaas een vroege papieren dood, en dat zijn dan toch altijd wel zaken waar ik me licht ongemakkelijk bij voel. Heb ik er alles aan gedaan? Had het ook op een andere manier gekund? Die vragen komen natuurlijk wel voorbij, maar dat hoort erbij. Nee, de successen zijn het leukst, laten we wel wezen. Daarom hieronder een paar foto’s van projecten die hun grondwerk al goed op orde aan het brengen zijn, soms zijn ze as we speak alweer een heel stuk verder. 

En dat ik afgelopen maandag geheel toevallig uitkwam bij de start van het grondwerk voor van mijn projecten en de allereerste spade mocht zetten, dat had mijn opa zaliger niet kunnen voorspellen. Toen ik nog een menneke was, was hij het die zei: “D’n dieje, die zal nog gin skup vasthouen!” Hij heeft het toch maar mooi verkeerd gezien! Nou ja, wie mij kent weet wel beter: ik ben inderdaad in werkelijkheid meer van het papier. 

Bekijk het eens vanaf het water!

Zoals zoveel landgenoten dezer dagen heb ik mijn zomervakantie doorgebracht in eigen land. Het werd Friesland, omgeving Stavoren, en het was prachtig. Het weer toonde zich in allerlei gedaantes, maar toch meestal in de vorm van zonnige zomerdagen, aan ons en dat vond zijn weerslag in de vakantiefoto’s van het landschap. Tegen een achtergrond van wolken, dijken, schapen en water heb ik een heerlijke week gehad. En de sloep die we hadden gehuurd, was de kers op de taart en bood nieuwe perspectieven. 

De Luts

In de auto op de terugweg tussen Himmelum en Balk konden we het ons maar moeilijk voorstellen dat we enkele meters daarnaast hadden gevaren. Daar stroomt De Luts, een vaart zo breed als twee sloepen, omzoomd met dicht begroeide oevers. Toen we er twee dagen eerder overheen suisden tegen 5 kilometer per uur zagen we wel een aantal auto’s rijden maar dat het een voor Friese begrippen drukke verbindingsweg zou zijn ging geheel aan ons voorbij. Gelukkig maar, want nu waanden we ons in de vrije natuur.

Ook op andere plekken kwam dit gevoel naar boven. ‘Hè, hebben wij híer gevaren??’ Het lijkt nog niet eens op elkaar, terwijl het precies dezelfde plek is. Je beziet de zaken met recht eens ‘van de andere kant’ en komt uit op een wezenlijk andere beleving. Wat misschien een beetje nietszeggend is vanaf de oever, is prachtig vanaf het water, of vice versa. Of het is allebei mooi, zoals nu vaak het geval was, maar in het ene landschap domineert het weilandgroen met stolpboerderijen en in het andere blikveld het donkere water en het riet.

Perspectief

Je ziet ze tegen vakantietijd wel eens in de lifestylemagazines of in de krant: lijstjes met de beste 5, 8 of 10 tips voor een goede vakantiefoto. Daarop prijkt eigenlijk altijd wel de tip: kijk ook eens een keer terug in de richting van waar je vandaan komt. Dan zie je het landschap waar je bent geweest vanuit een ander perspectief. Ik probeer het vaak genoeg toe te passen en het is zo. En dat geldt dus ook voor een blik vanaf het water of vanuit de lucht.

Als dat voor landschapsfoto’s geldt, dan kunnen we dat principe misschien ook wel eens meer gaan toepassen op onze ruimtelijke plannen. Sowieso kijkt iedereen anders tegen hetzelfde plan aan; de een zit in het bootje van de beeldkwaliteit, de ander fietst op het fietspad van de economie of wandelt over het bruggetje van de erfbeplanting. Daar heb je al rekening mee te houden. Maar we moeten met elkaar ook eens van standpunt durven wisselen, in dat bootje springen of het bruggetje oplopen. Het kan misschien net die opening geven om tot een doorbraak of een beter plan te komen. Het voelt als een cliché, maar daarom is het nog niet minder waar. En mijn vakantie-ervaring kan ik voor zo’n inzicht goed gebruiken.

Het bovenstaande geldt overigens ook voor meningen en standpunten. Stap af en toe eens in een bootje! Je ziet de dingen anders en dan is de mening van de ander ineens ook wat waard. “Zo had ik het nog niet eerder bekeken!”

En verder een hele fijne vakantie met dito inzichten, let goed op elkaar en geef corona geen lift naar huis.

Voorstelbaar

Laatst kwam er weer eens een gemeentelijke brief binnen. Een langverwacht antwoord op een ingediend principeverzoek en dan is het toch even spannend: kunnen we door of niet? Is het ja, is het nee? En warempel (of ja, warempel? Gelukkig gebeurt het vaker wel dan niet): het was een positief bericht. Of ja, was het dat ook echt? De ontwikkeling was ‘voorstelbaar’. Voorstelbaar. Het vereiste nog enige uitleg naar de klant. Wat bedoelen ze nu eigenlijk? Dan leg ik uit dat hier een ja, mits wordt bedoeld: wat je wil mag, onder voorwaarden.

Voorzichtig

‘Voorstelbaar’ geeft me al enige tijd kriebels. Er is zoveel voorstelbaar. Als ik mijn ogen sluit en eens flink ga fantaseren, dan kan ik me oneindig veel voorstellingen maken van dingen. Ik zie na zo’n brief ook de gemeentelijke toetsers voor me, de ogen dicht of minstens enigszins dichtgeknepen om tussen de oogharen door te visualiseren of wat deze klant vraagt geprojecteerd kan worden op de plek waar het om gaat. Maar het punt is nu dat de klant er niet om vraagt dat her en der de ogen dicht gaan, maar juist voluit open, om vooruit te kunnen kijken. Je wil liefst een volmondig ja, maar op zijn minst een ‘ja, mits’. Ja, ik ondersteun je idee. Maar je moet wel aan deze randvoorwaarden voldoen, anders wordt het alsnog een nee. Dát is duidelijk. 

‘Voorstelbaar’ is de voorzichtigheid gevangen in één woord. Je hebt nog altijd geen ja gezegd. Je wekt er de indruk mee dat je nog altijd terug kunt: “Ik heb het me wel voorgesteld maar ik heb nooit gezegd dat ik het ook een goed idee vind”. Het geeft geen schwung, het inspireert voor geen meter. 

Jargon

‘Voorstelbaar’ is jargon (=vaktaal die voor buitenstaanders moeilijk te volgen is) en jargon is onuitroeibaar. Dat geldt uiteraard niet alleen voor de bedrijfstak der overheid. Loop een willekeurig softwarebedrijf binnen en je oren staan te klapperen. Maar goed, ik kom uit en begeef mij in de ambtelijke wereld en daar is het zéker nog niet uitgeroeid. Zelf bezondig ik mij er ook vaak genoeg aan. Dan hoor ik mij aan de telefoon bijvoorbeeld zeggen: “Ik zal eens bij de gemeente sonderen of er alternatieve routes bewandeld kunnen worden.” De stilte aan de andere kant van de lijn drukt me dan meteen met de neus op de feiten. Soms corrigeer ik mezelf dan snel genoeg: “Oftewel: ik ga met de gemeente bespreken of het ook anders kan.”

Ooit heb ik in een schriftje teksten opgeschreven die ik tegenkwam bij de gemeente en waarvan ik dacht: dit mag niet verloren gaan voor de mensheid. Bijvoorbeeld: “Zowel van de ramingen opgenomen in de bijlage als van de ramingen opgenomen in het conceptvoorstel kunnen wij niet zeggen of ze bij benadering juist zouden kunnen zijn.” Heerlijk toch? Onlangs mocht ik weer een tijdje in een gemeentelijke organisatie rondlopen en daar hoorde ik op een gegeven moment: “Ik wilde even weten of de regiogriffiers in regionaal verband afspraken hebben gemaakt over het lokaal aanvliegen van de samenwerkingsagenda” en in een mail las ik: “Er is nog weinig tijd om de Omgevingswet te implementeren. Daarom is ervoor gekozen om een doorstart te maken waarin we programmatisch-projectmatig werken.” Dat vind ik al iets minder heerlijk. Wat in hemelsnaam betekent dit? Ik kan me er geen voorstelling bij maken. 

Laten we het erop houden dat het de moeite waard is om de door ons gebezigde taal af en toe eens goed tegen het licht te blijven houden. En ‘Voorstelbaar’? Het hoort er nu eenmaal bij maar ik kan mij onvoorstelbaar goed voorstellen dat we dit woord gaan vervangen door een ander. Wie doet een voorstel?

Getekend voor het leven

Het is genetisch bepaald dat ik teken. De talloze lijnen die mijn vader in zijn leven op papier heeft gezet, hebben al navolging gekregen in (naar mijn bescheiden mening toch iets minder van talent getuigende) tekeningen op de basisschool, voor de carnavalskrant en andere hobbydingen. De verhuizing uit het ouderlijk huis afgelopen februari was feitelijk daarin één grote aha-erlebnis. Inmiddels is het aantal lappen tekst het aantal lijnen ruimschoots gepasseerd, maar: het bloed kruipt waar het vandaan komt. Ik voel het. En het kán ook, want helpt me zakelijk vooruit.

Een plaatje praat

Mijn werk begint vaak met een idee in een hoofd van een klant. Soms ligt dat idee tijdens de intake al voor me uitgetekend, in een pentekening van vaak een vierkantje (een huis) in een ander vierkantje (een perceel) met daarnaast in ruwe stijl handgeschreven maten. Dat idee moet naar de gemeente, in woorden maar ook in beelden. Dat plaatje moet beter. Meest voor de hand liggend is dat dit door een architect of landschapsontwerper liefst maatvast wordt uitgewerkt. Om te duiden én te verleiden. Maar voor de klant voelt dat niet zelden als te vroeg. Lees: te duur.

En daar zit ook wel weer iets in. Want los van het feit dat ook de ontwerpers keurige marktconforme prijzen vragen moet er wel wéér iemand naar de opgave kijken, buiten de man van de ronkende teksten (ik). Da’s dubbel geld. Terwijl in die allereerste fase een helder beeld van de situatie voldoende is. Gemeentemensen zijn gewend om die te ‘lezen’ en zich dus een goed beeld te vormen van wat de bedoeling is. Genoeg om een positief of negatief geluid erover te laten horen, waarop je door kunt. Waarop het echte ontwerpen begint. 

Dat eerste plaatje, die ’situatietekening’ zo u wilt, daar ben ik me steeds meer in aan het bekwamen. Wat ik daarvoor al geknutseld heb, getekend heb in potlood, gescand, gephotoshopt, over een wazige screenshot van de luchtfoto geplakt, het is best aandoenlijk. Beoordelaars van plannen, ik geef nu toe: ik heb me best wel eens erdoorheen gebluft met maatvoeringen die slechts blijk gaven van een timmermansoog of gevoel voor verhoudingen (als een parkeerplaats 5 meter lang is, dan moet dit ongeveer 8,5 meter zijn…). Maar voor het doel was het altijd wel geschikt.

Gereedschap

Het staat of valt natuurlijk allemaal met gereedschap en de kennis en kunde om dit te hanteren. Langzaamaan, via carnaval- en kermisdingetjes en de cursus Infographics, kwam Adobe Illustrator in mijn leven en het is een van mijn grootste vrienden geworden. Maatvast tekenen is echter nog altijd wel een dingetje en daarom is enige CAD- of GIS-kunde ook wel gewenst. Maar voor een eenpitter als ik met een beperkte tekenbehoefte valt het rekensommetje met die dure pakketten niet goed uit. Los nog even van de cursuskosten.

Maar er is van alles te Googlen en inmiddels zijn ook de eerste zelfgemaakte CAD-tekeningen op mijn scherm verschenen. Die blijdschap als het lukt om de lijnen te zetten waar je ze wilt hebben, te draaien en de maatvoering op tekening te zetten, ik zou mezelf eens moeten zien! Al self-schoolend trek ik door het landschap van de tekenprogramma’s en het gaat steeds beter. Ik kan mijn klanten én de beoordelende partijen dus ook steeds beter voorzien van nuttige praatplaatjes.

Zijn er betere ontwerpers? Jazeker, duuzenden. Kan het allemaal nog veel beter? Ook waar. Maar het tekent een mens dat hij zich verder bekwaamt in dingen die hij leuk vindt. Dat geeft betekenis aan het leven. 

De demonstratie van het eigen gelijk

Ik heb er een nachtje over geslapen, maar de boosheid en verontwaardiging over wat er gisteren in Amsterdam gebeurde zijn nog niet weg. Meerdere retweets van gelijkgestemden en zelfs mails naar politici hebben het gevoel nog niet weggenomen. Dan rest nog maar één ding: het van me af proberen te schrijven in een blogpost. Er is zoveel mis aan wat ik gisteren zag en hoorde, dat ik er bijna moedeloos van word. Maar ook verdrietig. 

De kern van de zaak is al door velen verwoord: waar het kabinet iedereen met klem oproept om allerlei vrij drastische maatregelen te nemen om een volgende corona-uitbraak te voorkomen, waar zorgpersoneel zich meer dan uit de naad heeft gewerkt om de boel onder controle te krijgen, waar bedrijven het echt niet gaan redden als de crisis langer duurt dan nodig, waar horecabedrijven met de centimeter in de hand hun toko inrichten, daar gaan 5.000 mensen hutjemutje bij elkaar op De Dam staan. Het risico nemend dat een uitbraak door dit event de boel opnieuw op slot gaat gooien, en passant elke maatregel van onze bestuurders ondermijnend (want waarom zouden we nog luisteren als dit mag?). En de burgemeester zegt: “Het is té belangrijk en het is ieders eigen verantwoordelijkheid.”

Ammehoela. Mijn zwaar verstandelijk beperkte broer heeft sinds half maart één keer zijn moeder gezien, waar hij gewend is om elke twee weken een weekend bij haar te logeren. Met kunst en vliegwerk van de begeleiding en een extra pilletje wordt het redelijk in de hand gehouden. Op 1 juli (nóg een maand!) mag logeren weer, áls tenminste alles goed gaat in Nederland. IK vind het te belangrijk dat mijn broer mentaal in orde is, IK vind dat mijn moeder en mijn broer qua corona niks mankeren en dat een logeerweekend verantwoord is, maar dan nóg volgen we de richtlijnen. Voor alle andere mensen om ons heen. De 5.000 mensen van gisteren waren de jongeren van een paar weken geleden die zeiden: “Ik kan best een barbecue houden, want ik word toch niet ziek.” 

Vermijd drukte. Hoe moeilijk kan het zijn?

Bubbels

Naast de bedenkelijke rol van de burgemeester van Amsterdam (dat je niet gaat schieten op 5.000 mensen snap ik, maar het lijkt me toch dat je toch ook eerder íets had kunnen doen om te voorkomen dat het zo aan zou zwellen?) kijk ik zeker ook de 5.000 mensen zelf aan en ben ik maar weer eens hard op de feiten van de tegenwoordige tijd gedrukt. Het eigen gelijk verblindt alles, verzwelgt alle tegenargumenten. De mensen aan tafel bij Op1 die persoonlijk geraakt worden door het thema racisme gaan vollédig mee in de argumentatie van de burgemeester, omdát het onderwerp zo belangrijk is. BN’ers die twee weken geleden nog tweetten over anti-lockdown demonstranten omdat zij geen afstand hielden, tweetten nu foto’s van de Dam begeleid met duimpjes en spierballen. En dat is weer koren op de molen van ‘de andere kant’ van het politieke spectrum en de verwensingen volgen elkaar weer in no time op. Ik zag alweer de eerste mening voorbij komen dat iedereen die boos is op deze demonstratie racisme blijkbaar goedkeurt……zucht.

Ik vind die zichzelf in stand houdende polarisatie echt het vergif van de samenleving. De bubbels van het eigen gelijk lijken groter en groter te worden en vooral ook ondoorzichtiger. Naar buiten kijken is er niet meer bij. Ik moet zelf ook opletten. Ik denk dat ik in een anti-Trump-bubbel zit en vraag me af hoe je in hemelsnaam níet in een anti-Trump-bubbel kunt zitten, maar ik zie ook dat mijn beeld door een bepaalde invalshoek wordt gedomineerd en ik erken dat een groot deel van het Amerikaanse ‘heartland’ vanuit hun situatie anders naar de wereld kijkt. Nog steeds geen reden om maar íets normaal te vinden van wat die man allemaal uitkraamt, maar als je dat zicht op de ander helemaal kwijt bent en alleen maar met jouw wereld bezig bent, dan zie je wat ervan komt. Dan sta je met 5.000 man op de Dam en vind je dat helemaal oké.

Begrip voor de ander, het gesprek aangaan en het vertrouwen in de mensen houden (“De Meeste Mensen Deugen” is niet voor niks een bestseller en -ik ben er in bezig- best wel terecht), ergens daar ligt de sleutel. Maar die sleutel ligt wel in een heel diep laatje verborgen op dit moment. Of draag ik zelf met mijn razernij over deze demonstratie ook weer bij aan de vredeloosheid? Verwarrende, bijkans gekmakende tijden. 

Minneapolis en Amsterdam tonen in ieder geval wel aan: we zijn nog ver van huis. 

Landschapsconcentratie

Bijna 1,5 (een populair getal) jaar ben ik afwezig geweest uit het bloglandschap, maar het is er weer tijd voor. Er is inmiddels een dikke vette crisis aan de gang (en wat verandert dat allemaal of niet), zelf heb ik een paar plannetjes lopen voor de toekomst en het is best oké om van tijd tot tijd weer eens wat zinnen aan de wereld toe te vertrouwen: redenen genoeg om de digitale pen van stal te halen. Nou, waar zullen we het eens over hebben? Misschien over ons landschap. En het bouwen daarin. 

Mooie plekken

Ik ben een wandelaar. En een fotograaf. Die twee dingen komen nogal eens samen op mijn persoonlijke Facebook- en Instagrampagina. Een willekeurige wandeling, rundum hause of in een natuurgebied op enige afstand, wordt tenminste eens per kilometer onderbroken omdat het lijnenspel, de ton-sur-ton van de groenigheid of de door bomengroepen en wilgenrijen gevormde coulissen erom schreeuwen om voor de eeuwigheid vastgelegd te worden (en dat deel ik dan op de meest vluchtige platforms van deze tijd, maar laten we ons over die paradox maar niet verbazen). Er zijn gewoon op heel veel verschillende momenten van de dag en het jaar heel veel mooie plekken in Nederland, Brabant, De Mortel. 

Mooie plekken om te wonen zijn het ook vaak. Dat vinden meer mensen. Er is een niet te stillen honger (of lichte trek, in economisch mindere tijden) naar deze locaties; ik vul er mijn tijd ook professioneel aardig mee. De bordjes ‘te koop: perceel grond met bouwmogelijkheid’ intrigeren mij altijd enorm. Niet zelden is er een schromelijk optimisme over het nog te doorlopen planologisch pad. Maar niet zelden weet ik ook: het zou wel kansrijk kúnnen zijn, want dit -beste mensen- is een bebouwingsconcentratie!

Bebouwingsconcentratie

Een woning bouwen in het buitengebied mag niet van de provincie, behálve in de vorm van Ruimte-voor-Ruimte en als een gebied is aangewezen als bebouwingsconcentratie. Een gehucht, een buurtschap, dat zijn voorbeelden. En dus gaan we aan de slag met onze onderbouwing voor het bouwen van een riante woning met dito tuin. En in deze alinea alleen al is nu al vijf keer de term ‘bouw’ gebezigd. Dat zegt eigenlijk genoeg. De concentratie gáát ook naar het bouwen. Het landschap waar het in gebeurt, wordt zo goed en zo kwaad als het kan bewaakt door de landschappers van de gemeente, maar hun lot is dat van afremmer van ontwikkeling en hinderlijke sta-in-de-weg. Omdat er ook nog een inpassingsplan moet komen. Ook dat nog ja, en het kost allemaal al zoveel. 

Inpassen is eigenlijk ook ‘inpakken’ in veel gevallen en dat maakt de architectuur van de nieuwe woning soms niet erg landschapsgevoelig vind ik. Er wordt nog best vaak traditioneel gebouwd, en dan bedoel ik niet in historiserende zin. De mens blijkt behoudend, bouwt meestentijds na wat hij ziet, wat hij kent, praktisch lijkt. Zet een groen hekwerk van unne meter tachtig om de grote tuin en (vaak met tegenzin) een houtsingel eromheen. Want dat moet van de gemeente, dat heet ‘investeren in kwaliteitsverbetering’. 

Landschapsconcentratie

Behalve in het mij omringende landschap struin ik ook wel eens digitaal op Pinterest. En dat heet met recht struinen, want het is plaatjes kijken en op basis van die plaatjes krijg je nieuwe plaatjes voorgeschoteld en die zorgen weer voor nieuwe plaatjes en voor je het weet zit je in een soort architectonische trektocht door de werelddelen. Want mijn oog valt dus heel veel op architectuur-dingen. Fantastisch mooie eigentijdse woningen in eenvoudige vormen, ruim en met veel glas om het landschap in alle richtingen te kunnen voelen. En andersom ook, bezien vanuit de omgeving; als je zo’n woning ziet staan denk je: “wauw, dít is een mooie plek. Hier is het mooi gebleven!” Huis en landschap horen bij elkaar. Die plaatjes hebben de gemeentelijke opstellers van de beeldkwaliteitsplannen ook wel voor ogen en op basis van de regels kán het allemaal gemaakt worden. Maar het gebeurt nog niet op heel erg grote schaal.

“De gemeente wil een schuurwoning, maar ik ga toch niet in een schuur wonen?”

De wensen en de smaak van de mensen ontwikkelen zich niet zo snel in de door de beleidsmakers gewenste richting als dat de ontwikkelingen van het bouwen zelf gaan. Dat lijkt me best lastig voor die beleidsmakers, want de woningen van de mensen die nog niet zover zijn staan er wel tig jaar. Niet dat ze lelijk zijn (lelijk is sowieso een verboden woord in beeldkwaliteitsland, iets is ‘goed’ of ‘minder geslaagd’ en zelfs die kwalificaties wil ik niet hangen aan wat in veel gevallen een soort van levenswerk van de bouwer is), maar je zou met respect voor het landschap dat bezet wordt, of veranderd, iets meer landschapsconcentratie in de bebouwingsconcentratie wensen. In de vormgeving van het huis, in de wijze waarop de voeling met de omgeving en vice versa wordt benaderd. Júist ook voor de nieuwe bewoners (mijn klanten), want woon je niet veel fijner als licht, natuur en uitzicht onderdeel zijn van je nieuwe habitat? Is het daar eígenlijk ook niet gewoon om te doen?

Misschien kunnen de beleidsbepalers ook voor het totaalplaatje eens punten gaan geven, die de landschapsinvestering van de initiatiefnemer in positieve zin -ik bedoel hiermee dalende kosten- kunnen beïnvloeden. Dat versnelt misschien de zo vurig gewenste versmelting van landschap en architectuur. 

Landschap als stimulans in plaats van sluitpost: het wordt hoe dan ook nog een hele wandeling.