Tagarchief: taal

Overtuigend en goed geschreven brieven, daar is heel wat mee te winnen

Schrijven2Ik heb ruim 2000 euro voor iemand verdiend door namens die persoon een onderbouwde brief te schrijven aan de Belastingdienst. Het was nodig, want een onterechte naheffing dreigde. Ik heb het verhaal aanhoord, alle argumenten op een rij gezet, in een logische opbouw en met een overtuigend pleidooi. Opvallend snel lag de reactie in de vorm van een blauwe envelop op de deurmat. De tijding was heuglijk: onderbouwing geaccepteerd, naheffing afgewend.

Zakelijk hoeft niet duur te zijn

Als je erover nadenkt wordt er in dit land met al zijn regels en papierwerk behoorlijk wat gevraagd van iedereen. Als er iets mis is gegaan of dreigt mis te gaan, dan moet je in de pen klimmen. En laat daar veel mensen nou moeite mee hebben! Iedereen die werkt in een als bureaucratisch te boek staande omgeving kan zich de handgeschreven briefjes met de hanenpoten van opa Arie wel voor de geest halen. Je lacht erom, maar de burger of ondernemer staat dan vaak wel al met 1-0 achter. Zo werkt dat toch vaak.

Hoe voorkom je dat? De eerste impuls is het binnenhalen van een adviseur. Heb je een ‘fitty’ met de Belastingdienst, dan moet je een belastingadviseur erbij halen. Wil je een zienswijze op een bestemmingsplan indienen, dan ren je naar Rechtsbijstand. Ligt NS het te verklooien, dan weet reizigersvereniging Roever misschien wel iemand. En dan gaat ook de euroteller lopen. Maar dat is volgens mij lang niet altijd nodig. Jouw verhaal is namelijk jouw eigen verhaal, niet doordrenkt van technische feiten waar je voor gestudeerd moet hebben. Soms wel, maar lang niet altijd. En dan gaat het er dus om dát eigen verhaal een beetje overtuigend, consistent en goed leesbaar op te schrijven.

Dan is er veel te bereiken. Want aan de andere kant is niet iedereen gemeen, hoor. Heel vaak zoeken de kantoormedewerkers naar argumenten die zij op hun beurt weer goed kunnen verantwoorden naar hun superieuren. Help ze dus met zichzelf in te dekken door een goede brief te sturen!

Handwerk

Bij mij wordt een snaar geraakt als ik voor zo’n klusje gevraagd word. Er wordt een vlammetje aangemaakt, dat pas dooft als de brief tot in de puntjes af is. Als hij staat als een huis (en degene voor wie ik hem schrijf zich er nog steeds in kan herkennen, natuurlijk). Dat is noest handwerk in mijn ogen, sleutelen en schaven. Juiste argumenten in de goede volgorde zetten, een kop en een staart eraan breien, alles wat iedereen met Nederlands op school wel eens heeft gehad maar graag weer is vergeten. Ik durf te zeggen dat ik daar goed en snel in ben en lees die brieven graag nog wel eens na.

En wat is het dan mooi als je er iets mee in beweging kunt zetten, zoals met de Belastingbrief uit de inleiding. Mooie zinnen hebben zin. Ook in zakelijk, financieel of administratief opzicht.

 

Mensen, ledt toch eens op je spelling!!

dtUntil my dying day (om met Frans Timmermans te spreken) zal ik de kriebels krijgen van een foutief gebruik van d’s en t’s. De taalstrijd met mijn tienerstiefdochters verlies ik al meer dan me lief is (“Als ze toch weten toch wat ik bedoel?”), maar helaas word ik meer dan eens per dag geprikkeld door d- en t-fouten in het professioneel taalverkeer. Dat kan niet, mensen! Het staat slordig.

Bemoeien

Die kriebel, die rilling als ik een verkeerd geplaatste d of zie. Ik kan het niet helpen en ik wil het meteen omzetten in actie. Een mail of DM naar de persoon in kwestie, met een klacht vermomd als advies. Maar waar bemoei ik me mee? Ik ben geen schoolmeester. Bovendien is het een strijd tegen de bierkaai, want al zolang als ik hierover iets te zeggen heb dient men mij spitsvondig van repliek: “Dat is zo lang geleden. Daar ben ik nooit goed in geweest. Zolang ze me maar begrijpen. Het zijn ook zulke lastige regels.” Dat zal allemaal wel kloppen, maar denk er maar gewoon even wat verder over na dan. Kofschip en Fokschaap, dat soort dingen. Nogmaals: het ziet er niet uit.

Onze helpdesk geeft antwoordt = Onze helpdesk geeft antwoord (antwoord is een zelfstandig naamwoord en wordt niet vervoegd)

Deze woning is scherp geprijst = Deze woning is scherp geprijsd (komt van prijzen, stam is prijz-, geen kofschip dus -d)

Ons bedrijf vervaardigd = Ons bedrijf vervaardigt (derde persoon enkelvoud hij/zij in de tegenwoordige tijd is altijd met-t)

Dit word u aangeboden = Dit wordt u aangeboden (ook al staat er een -d, het is 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd, dus met -t)

Zo, het is er weer even uit. Met mijn blog binnen handbereik hoef ik niet iedereen persoonlijk af. Wie zich aangesproken voelt denkt op dit moment vast wel even: ‘Oh ja, daar zal ik weer eens op gaan letten.’ Het is een beginnetje.

Nu ik me tegenwoordig ook op het pad van het tekstschrijven begeef, leg ik mezelf natuurlijk wel enige druk op. O wee, als ik nu een fout maak.

Dan zijn de rapen gaar. De poppen aan het dansen. Maar dat is van hetzelfde laken een pak. (Dit laatste is vrij naar Hans Teeuwen)

 

Ik ga er iets bij doen: teksten, ontwerpen en presentaties

LOGO 10 x 10_300 pxJe moet je blijven ontwikkelen. En daarom kondig ik aan dat mijn weg naar plezier en succes in het werk voortaan uit twee rijbanen bestaat. Op de ene rijbaan beweegt de Projectaandrijving zich voort, en op de andere rijbaan vinden we min of meer nieuwe activiteiten: het maken van teksten, ontwerpen en presentaties. Tussen de rijbanen geen doorgetrokken streep, dus in het dagelijks werk kan ik blijven switchen. En ik voel me er goed bij.

Tussendoor

De nieuwe tak van mijn bedrijf opereert onder mijn eigen naam: Casper Kalb. Ik heb een website (www.casperkalb.nl) en een bedrijfspagina op Facebook. Met deze tak richt ik mij op die klussen, die veel (kleine) ondernemers vaak ‘even tussendoor’ moeten doen: een brief schrijven, een uitnodiging maken, een advertentie aanleveren, een Power Point presentatie in elkaar zetten. Ze hebben er vaak geen tijd voor en geen zin in, en naar eigen zeggen zijn ze er ook niet heel erg goed in. Voor die klussen kunnen ze mij inschakelen.

Ervaring

Iedereen die mij een beetje beter kent, weet dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ze wisten en weten mij nogal eens te vinden als er een artikel geschreven moet worden, een poster of presentatie moet worden gemaakt. Of misschien moet ik het anders zeggen: ik heb in de afgelopen jaren nogal eens ‘ja’ of ‘dat doe ik wel’ gezegd als het bij de verdeling van taken in een commissie of vereniging op dit soort dingen aankwam. Ik durf ook te zeggen dat ik een bovengemiddeld gevoel heb voor taal en voor wat er mooi uit ziet. Dat zit toch een beetje in de familie.

Zolang als ik me kan herinneren ben ik vol plezier bezig met teksten, ontwerpen en presentaties, voor mezelf en voor anderen. Waarom zou ik die diensten dan niet eens tegen betaling aanbieden aan (vooral) collega-ondernemers?

Het is niet omdat het op de andere rijbaan niet fijn rijden is, of te leeg. Het is vooral omdat ik dit werk gewoon óók heel erg leuk vind. En het schijnt dat dat erg belangrijk is voor een zinvolle levensinvulling.

Eenvoudig

Ik ben geen professioneel tekstschrijver of vormgever. Het ontwikkelen van bedrijfslogo’s en huisstijlconcepten, het maken van bedrijfsfilms of complete reclamecampagnes laat ik graag aan anderen over, die er de skills en de tools voor hebben. Ik ken er een paar die daar ijzersterk in zijn. Nee, ik hou het eenvoudig. Komt de gedachte in je op: “Ik moet eigenlijk effe snel een ….. (vul in: brief, mailing, advertentie, presentatie, uitnodiging) hebben”, laat dat dan direct volgen door de gedachte om contact met mij op te nemen. Mail naar info@casperkalb.nl. Bel naar 06-20077740.

Ik heb er veel zin in. En ik hoop dat ik jullie veel kan laten zien van mijn teksten, ontwerpen en presentaties. Ik zie trouwens nu pas dat de beginletters het woord TOP vormen. Top!

Rijbanen

Hoe schrijven we straks?

Tekstschrijven

Schrijven is een van de dingen die ik het liefste doe. Dat heb ik altijd al gehad, en twee boeken van mijn hand (Jacob bij zijn Oma en Tour-Fans) bewijzen dat. Verder heb ik al een lading liedteksten, artikelen en voorstellen geschreven. De juiste woorden vinden, goed lopende zinnen maken, knutselen aan de opbouw van een tekst: ik vind het heerlijk. Ik ben dan ook vrij gespitst op taal in de uitingen die ik voorbij zie komen. En ik zie twee trends: teksten worden fouter en korter.

Fouter

Eerst de fouten. Vlekkeloos Nederlands wordt steeds zeldzamer. Een kromme zin, spelfouten, en voorál de d’s en t’s, ik zie het nogal eens in artikelen en tweets of op websites. Siem de Jong twittert dat Ajax tegen Barcelona ‘een doelpunt had verdient’. Iemand deelt op Facebook een artikel over het Finse onderwijs en heeft het in de reactie over ‘de peilers’ van dat onderwijs. En dan zwijg ik nog even over menig artikel in het ED.

Als zelfverklaard taalpurist zeg ik er soms wel eens iets van. Soms zijn ze er blij mee, zoals enkele mede-ondernemers die het belang van goed taalgebruik inzien en mij vervolgens vragen hun hele website maar eens te controleren en corrigeren. Maar de meeste mensen zijn een stuk onverschilliger. ‘Och ja, da’s fout. Maar dat vind ik ook zó moeilijk! Nou ja, iedereen weet toch wat ik bedoel?’ Dat zal wel kloppen, ja. En omdat dit argument nogal vaak wordt uitgewisseld lijkt een fout eerder standaard te worden.

Korter

Teksten worden ook korter. Logisch, gezien de snelheid van de hedendaagse media, soms zelfs letterlijk beperkt in het aantal tekens zoals op Twitter. In tienerland, waar ik tegenwoordig iets meer van meemaak dan voorheen, lijkt het gebruikelijk om één zin in vier Whatsappjes te versturen. Duurt het namelijk te lang, dan wordt de andere kant ongeduldig (starend naar de melding ‘aan het typen….’), stuurt hij of zij maar weer een nieuw bericht en voor je het weet ben je een warrig gesprek aan het voeren. Of erger: is hij of zij alweer met een ander aan het buurten. Laatst hoorde ik een elfjarige zeggen: “Soms doe ik als ik een vraag typ nog een laatste appje met alleen het vraagteken. Dat vind ik grappig.” Dat had je een paar jaar geleden nog niet, toen je per sms’je moest betalen.

En dit sijpelt dus ook door in de communicatie tussen volwassenen. Ultrakorte e-mails zijn aan de orde van de dag. En niet alleen bij niemendalletjes, ook bij zakelijk verkeer. “Ik kan de werkzaamheden uitvoeren voor 550 ex. BTW. Gr. Henk.” Geen aanhef, geen aanleiding, geen verdere toelichting. Heel opvallend vind ik dat. Maar goed, ikzelf sla dan ook soms weer door. Ellenlange mails heb ik geschreven, met alle nuances en beleefdheden erin verwerkt. Dat is soms teveel van het goede. Ik probeer zelf dus ook korter te zijn, en dat is eigenlijk ook leuker omdat het je nog meer dwingt om goed over je woorden na te denken.

Hoe schrijven we straks?

Precies 100 jaar geleden stond in de Groene Amsterdammer te lezen: De tijd dat ik den tijd vond onder te duiken in het paperassen-moeras, dat in onze hoofdstad Gemeenterekening en Begrooting samen beteekenen, ligt achter me. Maar ik stel er daarom natuurlijk nog wel belang in, en zoo kan ik moeilijk den lust bedwingen, een paar kanttekeningen te maken bij het jongste artikel van den heer van Renesse hierover. Ik wil er maar mee zeggen: de taal verandert altijd. We moeten dus misschien niet over taalfouten spreken maar over taaltrends. Wie heeft het over 20 jaar nog over een korte ei of lange ij, of over zinnen die langer zijn dan 140 tekens? Hoe schrijven we straks? Strax? Taal leeft, en ik volg het met interesse, verbazing en genoegen. Alhoewel, die d’s en t’s…. dat blijft toch wel echt irritant hoor! 🙂

En nu maar hopen dat ik geen taaltrends heb gemaakt in dit bericht…..