Tagarchief: verkiezingen

Verkiezingspraat (5): de uitslag

Er is een politiek duider aan mij verloren gegaan: ik zat er warempel niet ver vanaf met mijn voorspelling van de uitslag. Tenminste, als het om de grote beweging gaat. Drie zetels verlies voor het CDA, Dorpspartij gelijk, en de winst ging naar VVD, D66 en Lokale Realisten. Die laatste twee had ik omgewisseld (2 om 3 zetels) en de winst van de VVD had ikzelf wat hoger ingeschat. Zwaar vergist heb ik mij domweg in de aantrekkingskracht van Sociaal Gemert-Bakel. Dus eigenlijk valt het nogal mee met mijn voorspellende gaven 🙂 De coalitie voorspellen is ook niet zo moeilijk trouwens: de oude + 1.

Miserabel bij deze verkiezingen is natuurlijk de lage opkomst en dat was in Gemert-Bakel niet anders. In sommige stembureaus lag het op 30%, nog niet eenderde. Ik denk dat daar in de komende jaren een project van gemaakt moet worden (aandrijving nodig? haha), om ervoor te zorgen dat je niet nog eens door een soort van ondergrens zakt, want die is met minder dan 50% toch wel bereikt. Maar ook al is het 55%, dan nog geven veel te weinig mensen zich over aan de democratie. Je kunt er neerbuigend over doen, je kunt je afkeren van ‘politieke spelletjes’, je kunt menen dat het toch niets uithaalt, maar ik ben er nog altijd van overtuigd dat de mensen die zich politiek activeren in overwegende mate het beste voor hebben met de Gemert-Bakelse gemeenschap en ik vind dat ze best wat meer ondersteund mogen worden voor hun bezigheden in de vorm van draagvlak in het stemhokje.

Misschien dat de populariteit van de uitslagenavond nog een boost gegeven kan worden. Onder het genot van een (gratis!) pilsje en hapje gespannen en ontspannen uitkijken naar weer een uitslag, ondertussen loerend naar de reacties van de politici en de coalitievormende bewegingen die zij na de einduitslag maken, wie wil dat nu niet? Nou, op dit moment ontzaglijk veel mensen, want ik was echt wel een van de weinigen die niet uit hoofde van zijn of haar functie daar was. Gelukkig waren daar mijn oud-collega’s van het gemeentehuis die hun vierjaarlijkse taak op het stembureau nog altijd met verve volbrengen en met wie het gezellig buurten was. Ik vond het – alhoewel niet zo spectaculair als in andere jaren door de volgens mij voor bijna iedereen verwachte uitslag – weer een leuke avond.

Over vier jaar weer! (Enne, Stefan: the floor is yours!:-)

Verkiezingspraat (4): de machtsbalans

De gang naar het rode potlood wordt al door menigeen gemaakt deze dagen, en ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Er is geen voorman- of voorvrouw die mij in het bijzonder aanspreekt of bijzonder aansprekende resultaten heeft neergezet en via de inhoud ben ik nog niet helemaal tot een slotsom gekomen. Dan is nu de vraag: waar komt het op aan als ik me richt op de term ‘strategisch stemmen’?

Machtsbalans

Laten we even het spelletje spelen dat ik met mijn ene stem de macht heb om de krachtsverhouding te bepalen of bepalend bij te sturen. Dan zou ik – dat is me nu eenmaal van huis uit ingegeven – een stem bezijden de macht plaatsen. Dat betekent in Gemert-Bakelse kringen: niet op het CDA. Dit kost me niet veel moeite, aangezien ik noch op de persoon, noch op de inhoud omver geblazen ben door partij nummer 1 op de kieslijst. Ondanks mijn inspanningen afgelopen jaren om een boek over hun lokale boegbeeld te schrijven. 

Overigens denk ik dat de macht van het CDA niet wordt ingeperkt door wat ik met mijn stem doe. De partij doet er goed aan zich in te dekken voor een teleurstelling, is mijn welgemeende advies. Landelijk is het natuurlijk electoraal al huilen met de pet op, lokaal moeten we concluderen dat de mensen die het CDA-gezicht vormen zich eigenlijk nog helemaal moeten bewijzen. Dat was in het verleden anders, met Harrie Verkampen, Inge van Dijk en Anke van Extel-van Katwijk als ervaren sterkhouders. Interessant is het daarbij het proces-verbaal van de vorige verkiezingen er eens bij te pakken. De twee voornoemde dames haalden samen met Miranda de Ruiter 3145 stemmen van de 5539, dat is ruim 55%. Alle drie hebben ze de lokale politiek verlaten. Willeke van Zeeland was vier jaar geleden ook een behoorlijke stemmenstinger en ik dicht ze echt wel een mooie toekomst toe, maar de huidige lijsttrekker was in 2018 nog niet zo in trek. Dat wil niet alles zeggen (mensen stemmen nu eenmaal op lijst 1, nummer 1) maar gevoegd bij de landelijke trend en het feit dat het CDA haar 11 zetels de vorige keer mede te danken had aan twee restzetels denk ik: mwa.

Als ik denk in tegenmacht, dan zou ik VVD moeten stemmen. Ontegenzeggelijk is Jan Vroomans de politieke tegenstrever van het CDA die het meest in de picture stond de afgelopen jaren. Maar ik ga gewoon geen VVD stemmen. Ik doe het niet. Punt. Teveel de partij van ongemakkelijke posters, boter-op-het-hoofd-uitspraken, radicaal marktdenken en “Links is de schuld van alles, hoewel wij zelf al weet ik hoelang regeren”. Lokaal heeft last van landelijk, in mijn geval.

Voorspelling

Ondanks dat ík niet op Jan stem, verwacht ik dat best wel wat mensen in Gemert-Bakel dat wel gaan doen. De vier zetels waar de VVD op mikt, zouden best wel eens binnen handbereik kunnen zijn, al was het maar omdat de proteststemmers vier jaar geleden ook terecht konden bij Ton Vogels (toen Lokale Realisten/D66) en Jan Hoevenaars (toen SP) en dat is nu niet meer. De laatste partij (inmiddels Sociaal Gemert-Bakel geheten) valt terug vanwege alles-net-niet, ten faveure van de PvdA schat ik in. Die partij hoeft ‘maar’ 200 stemmen meer te krijgen dan de vorige keer voor een zetel en dat moet toch haalbaar zijn, zou je zeggen. Zeker met zo’n helder kasteelstandpunt. 

En de Dorpspartij? Ach ja, de Dorpspartij. In mijn geheugen scoren die altijd hetzelfde. Het kan een zeteltje meer of minder schelen, maar hun ‘fanbase’ is volgens mij hondstrouw, ik weet niet beter. Resteren nog D66 en de Lokale Realisten, gaandeweg tijdens de afgelopen rit gesplitst. Zij fladderen wat in het midden, waren oppositie maar begeven zich net zo gemakkelijk naar de andere kant na morgen, om de coalitie met CDA en VVD compleet/breed te maken. D66 lijkt me de wind mee te hebben vanuit Den Haag: hoewel de ongemakkelijke momenten zich ook daar aaneenrijgen, gaat de partij er lokaal toch wel iets van meepikken dat ze de tweede van het land zijn. 

Zodoende komt mijn persoonlijke peiling, geheel ontstaan in de krochten van mijn gedachten, niet stoelend op noemenswaardig succes bij dit soort raadspelletjes in het verleden, uit op de volgende zetelverdeling in de Gimmertse raad:

CDA                                         8

Dorpspartij                            4

VVD                                         4

PvdA                                        1

D66                                          3

Lokale Realisten                      2

Sociaal Gemert-Bakel             1

De oplettende lezer zal merken dat ik heel behendig van mijn eigen stemkeuze naar een algemene voorspelling ben gegaan in dit stukje tekst. Dat is bewust. Ik laat het nog even marineren, deductief komen we toch al best een eindje. Morgen zeg ik: dit wordt ‘m!

Eén ding staat als een paal boven water: stemmen zal ik. Want om niet mijn mening te mogen verkondigen over lokale aangelegenheden, dat is voor mij niet te verkroppen. En door niet te stemmen zou ik dat recht verspelen. Doe met mij mee en bezoek uw stembureau!

Verkiezingspraat (3): de inhoud

Er zijn gemeenteraadsverkiezingen geweest waarbij ik me in mijn keuze vooral heb laten leiden door de indruk die de betreffende politieke voorman of -vrouw achterliet in het lijsttrekkersdebat. Dit jaar red ik het daar niet mee. Dan moet het misschien tóch van de inhoud komen. Gelukkig voor mij en andere kiezers heeft het Gemerts Nieuwsblad de verkiezingsprogramma’s doorgenomen en de boel aardig op een rij gezet. Ik pik er eens een paar onderwerpen uit die mij aan het hart gaan: de visie op ruimtelijke ordening en dan met name het buitengebied, klimaat en natuur en het kasteel (woningbouw kwam al in mijn eerste verkiezingsblog aan bod).

Visie op het buitengebied

Zo, de boer is het haasje. Dat is wel mijn conclusie als ik de samenvatting lees van de standpunten. De intensieve veehouder althans, als het aan D66, Lokale Realisten, PvdA, Sociaal Gemert-Bakel en de VVD ligt. Het is natuurlijk een herkenbaar sentiment, actueel gevoed door de discussie over de uitbreiding van een Gemerts varkensbedrijf. Ik vind de benadering echter wat eng, niet spookhuis-eng maar: beperkt. Natuurlijk is dit een thema, maar er is zoveel meer aan de hand in het buitengebied. De al dan niet afgedwongen terugtrekkende beweging van de veehouderij roept allerlei nieuwe vragen op over de verdeling van de ruimte en de functies die met elkaar samen kunnen gaan en in welke vorm dit dan moet gebeuren. Ik zie daar niet heel veel van terug; misschien bij het CDA die het heeft over het herzien van het VAB-beleid, of bij Lokale Realisten die eigenlijk nog het meest de indruk wekken breed na te denken over een toekomstplan. Dat verengen zij dan wel weer tot zones rond kernen zonder uitbreiding van veehouderij ten faveure van andere functies (hé, waar hebben we dat eerder gehoord? En schuift de zone op zodra het dorp uitbreidt, net zolang tot we bij de bossen zijn aanbeland? En betekent het dat andere functies buiten die zone niet welkom zijn?), maar het begint wel bij denken in termen van visie natuurlijk. Ik zou dat als positief punt willen betitelen.

Klimaat en natuur

Dit alomvattende thema is alom aanwezig en dat maakt het ook misschien nu al wat ongrijpbaar of te onbepaald, eigenlijk nog voordat de noodzakelijke maatregelen goed en wel aan de orde zijn. Iedereen voelt wel dat er iets moet gebeuren, zeker ook ikzelf, maar de stap naar acties die verdergaan dan zonnepanelen en warmtepompen zet nog maar een handjevol mensen. Toch het nog meer moeten ‘verinnerlijken’ (om maar eens een lelijke term te gebruiken die ik van blok 1.3 van het eerste jaar Milieubeleid op de universiteit heb onthouden) en daar hoort een krachtig geluid bij vanuit de politiek. Voor mij zijn biodiversiteit, natuurontwikkeling en (zwerf)afval aansprekende onderwerpen waar de gemeenteraad ook echt een goede rol in kan spelen. 

Waar Lokale Realisten op het vorige thema zo goed bezig waren, is de samenvatting nu: “maak een aanspreekpunt voor advies over verduurzaming”. Ja, dat zal ze leren! De Dorpspartij komt met een ambitieus ogend idee om de natuurgebieden Stippelberg en Grotelse Heide te verbinden, maar volgens mij kun je nu van De Rips naar de Heikantseweg lopen over paden door de bossen en dan hoef je maar één keer de harde weg over. Ik word ook niet warmgemaakt door de samenvatting van de ideeën van het CDA, PvdA en VVD. Iets over luchtkwaliteit en regenwater afkoppelen. Slapjes. Eigenlijk valt op dit thema de samenvatting van D66 bij mij het meest in goede aarde: klimaat-robuuste inrichting, hergebruik in plaats van wegwerpen, gezonde leefomgeving, alle keuzes van vandaag moeten goed zijn voor morgen. Dat biedt aanknopingspunten denk ik. 

Het kasteel

Tsja, onze parel….. ik volg dit onderwerp natuurlijk nauwgezet zoals bekend. De politieke standpunten spitsen zich nu eigenlijk alleen maar toe op het wel of niet bebouwen van de landerijen. Qua inhoud heb ik daarover persoonlijk niet echt een uitgesproken mening (behalve over het bouwen op het voetbalveld, dat vind ik een verschrikkelijk idee), maar waar ik vooral geïnteresseerd in ben is het proces: welke rol neemt de gemeente op zich, nu al bekend is dat de tegenstanders hun messen slijpen en daarvoor genoeg munitie krijgen aangereikt door een gebrekkig proces en juridisch rammelende besluitvorming? Welke verantwoordelijkheid meent de gemeenteraad te hebben in dit majeure project: wil ze sturend aanwezig zijn om de herontwikkeling tot een goed einde te brengen of laten ze de projectontwikkelaar de kastanjes uit het vuur halen, jarenlang strijden in de rechtbanken en als het niet lukt jammer dan?

De PvdA heeft onbedoeld de grappigste opmerking van allemaal. Zij zijn ‘faliekant tegen het betrekken van de directe omgeving van het kasteel bij de plannen’. Verder weg van de geest van de omgevingswet (participatie!) kun je niet staan, haha. Maar ze bedoelen natuurlijk het bouwen in de directe omgeving van het kasteel. Ze zijn wel heel duidelijk en dichten de gemeenteraad een prominente rol toe in de verdere planvorming. Opvallend is dat de VVD blijkbaar geen mening heeft op dit thema, maar dat wordt verderop in de krant goedgemaakt. Of: goedgemaakt….woningbouw is alleen voorstelbaar als de ontwikkelaar geld tekort komt, zegt de partij. Geloof me: dat kan hij wel aantonen hoor. De VVD miskent daarmee – ondanks dat de provincie in dezelfde zin genoemd wordt – dat instemming verkrijgen vanuit Den Bosch moet voortkomen uit ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten en niet uit geld.

Verder is de samenvatting vooral een opsomming vóór of tegen bebouwing. Nou ja, vóór wordt eigenlijk nergens direct genoemd, maar neem maar van mij aan dat CDA’s ‘Behoud door ontwikkeling’ precies dat betekent. Dat kán, maar door de belabberde aansturing van het kasteelplan vanuit het gemeentehuis door achtereenvolgende CDA-wethouders ontwikkelen ze voorlopig vooral veel discussies en rechtszaken ben ik bang. Volgende verkiezingen meer hierover…. 

Langs de lijnen van de inhoud – om met Sigrid Kaag te spreken – vernauwt mijn keuzepalet zich wel enigszins nu, moet ik zeggen. Goed beschouwd zijn er eigenlijk nog drie in de race. Dat belooft wat de komende dagen in mijn brein.

Verkiezingspraat (2): het debat

Gisterenavond brachten Omroep Centraal en het Gemerts Nieuwsblad het lijsttrekkersdebat naar ons, de kiezers, toe. Ik kan me nog erg interessante avonden herinneren in De Eendracht, waar ik ook live bij was en waar de spanning tussen de deelnemers voelbaar was. Nu moesten we het alleen met beeld doen. Tussendoor zappend naar de Giro555-avond (er zijn ook andere dingen gaande) kwam ik tot de conclusie dat het helaas deze keer een ‘année sans’ dreigt te worden: een jaar zonder.

Ik heb een boek geschreven over iemand die twaalf keer actief heeft meegedaan aan de gemeenteraadsverkiezingen (en nu – zijn veertiende keer – zelfs nog lijstduwer is) en daarbij ook meerdere keren (of eigenlijk altijd wel) de ‘top dog’ ofwel de te kloppen man was. Wie “Kumt Goewd” leest, zal concluderen dat de vierjaarlijkse stembusgang vaak genoeg een dreh- und angelpunkt is geweest in de lokale politiek. We herinneren ons natuurlijk de machtsomwentelingen van 1999 en 2010 en de verkiezingen daarna, die de boel weer omflipten. Of de strijd van 1986, toen er ook van alles broeide. Dat had misschien niet zozeer met inhoudelijke onderwerpen te maken, maar meer met machtsverhoudingen en bestuurscultuur. En met sterke mensen, waar Harrie Verkampen zeker toe behoorde.

Maar er waren ook genoeg jaren dat het ‘gewoon doorging’. Dat er geen grote onderwerpen op tafel lagen en een richtingenstrijd zich in geen velden of wegen liet bekennen. Een jaar zonder. Ik heb het gevoel dat we in Gemert-Bakel nu weer zo’n jaar hebben. Niet dat er geen onderwerpen zíjn, maar ze zijn of nog niet echt ontvlamd (het kasteel, maar dat komt over vier jaar wel denk ik, als de chaos op zijn hoogtepunt is), of nog ‘under investigation’ (Cultuurhuis, geurbeleid) of gewoon geen sexy verkiezingsmateriaal (laten we wel wezen: alles waar geen ruimtelijke ordening aan te pas komt).

De mensen

Er zijn ook geen sterke mensen die eens even flink aangepakt zouden moeten worden in zo’n debat, of twee duidelijke opponenten. De lijsttrekker van de VVD (die ik hartstochtelijk heb horen pleiten voor sociale huurwoningen en jongerenwerkers) probeerde het even aan het eind in zijn een-op-een debat met de lijsttrekker van het CDA, maar die trok zijn “why can’t we all just get along?”-kaart, dus dat werd niks. De overige lijsttrekkers zijn aardige lieden met het hart op de goede plek, zeer oudgediend soms, maar retorisch niet vlammend. De nieuweling van D66 was redelijk goed bezig, maar verslikte zich toen hij uitsprak dat het moeilijk is om in De Mortel de supermarkt overeind te houden…als je niet weet dat daar inmiddels het succesvolle Dorpskantoor zit dan heb je voor mij natuurlijk afgedaan, haha.

We hebben nog een week, misschien komt het allemaal nog wat meer tot leven in Gemert-Bakel, maar ik ben er bang voor. Eén belangrijke les neem ik wel mee van gisterenavond: waar zouden wij als kiezer en hullie als politici zijn zonder de lokale media? Zowel de krant als de omroep staan -om verschillende redenen- onder druk en als zij daaraan bezwijken zou dat funest zijn. Het waarborgen van de lokale nieuwsvoorziening, dát zou nog eens een goed en belangrijk onderwerp zijn om als raad in de komende periode je tanden in te zetten.

Het debat: het heeft wel wát geholpen, maar ik ben er nog niet uit.

Verkiezingspraat (1): betaalbare woningbouw

De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, een vierjaarlijks ijkmoment waar ik naar uit kijk. De uitslagenavonden in het gemeentehuis van Gemert zijn legendarisch. En de inleidende beschietingen vaak interessant. Ik volg de verrichtingen van de wannabe volksvertegenwoordigers in ieder geval op de voet. Ook dit jaar. Ik zal er ook eens een enkele keer iets over schrijven, over iets dat opvalt, over taalgebruik. Dit blog gaat over ontegenzeggelijk hét onderwerp van de gemeenteraadsverkiezingen 2022: de woningbouw.

Wat is betaalbaar?

In Gemert-Bakel zijn nog niet alle verkiezingsprogramma’s gepubliceerd, maar uit artikelen in de krant en berichten op de websites kun je wel afleiden dat de immens treurige situatie op de woningmarkt probleem nummer één is. En ronkende, maar toch buitengewoon algemeen geformuleerde teksten hierover trekken aan ons voorbij. De algemeenste tekst: “we gaan zorgen voor voldoende betaalbare woningbouw”. Kernpunt 1 van het coalitieakkoord is al klaar, want iedereen wil dit.  

Ik ben geen expert in de woningmarkt-problematiek, anderen kunnen zich daarom veel gemakkelijker een veelomvattende visie permitteren dan ik. Maar ik kan wel lezen en me dan vragen gaan stellen. De vraag die nu vooral blijft hangen is: wat is betaalbaar? 

Is een betaalbare woning een woning die ‘niet duur’ of ‘te betalen’ is? Dat is immers de betekenis die Van Dale eraan geeft. Maar wat is te betalen? Voor wie? De woningzoekenden – vaak jonge stellen – buitelen over elkaar heen om de schaarse woningen die op Funda komen te kunnen bezichtigen. Ze rekken en strekken om een uiterst bod te kunnen doen waarvan je weet dat het om te beginnen al tienduizenden euro’s boven de vraagprijs moet liggen. Biedingen van 350.000 euro voor een bescheiden rij- of hoekwoning, daar kijkt niemand van op. Deze bieders hebben advies gevraagd aan de hypotheker van dienst en warempel: het blijkt te betalen. Is dat dan betaalbare woningbouw?

Is een betaalbare woning een woning tot een bepaalde verkoopprijs? Laten we zeggen: 250.000 euro. Klinkt betaalbaar, voor veel mensen. Maar de ontwikkelaar zegt: ja ammehoela, als ik mijn woning verkoop voor 250.000 euro, wordt diezelfde woning een maand later weer verkocht voor drie ton of meer. Want dat is hij in deze markt gewoon waard. En dieven van de eigen portemonnee, dat zijn mensen niet graag.

Is een betaalbare woning een starterswoning? Ook al zo’n mooie term, met een bijna sleets geraakte definitie. In de volksmond is een starterswoning een goedkope woning, maar een starter is bij definitie ‘iemand die zich voor het eerst op de markt voor koopwoningen begeeft’. Dat zijn heel veel verschillende mensen, met verschillende banen, verschillende ouders en dus verschillende bestedingsmogelijkheden. Heel veel overbieders van nu (die uit de voorvorige alinea) zijn gewoon starters. 

Is een betaalbare woning dan een sociale huurwoning? Dat wordt ook vaak aan elkaar gekoppeld. We kunnen stellen dat dit inderdaad klopt, een sociale huurwoning hoort betaalbaar te zijn. Zo zijn ze bedoeld en in dit speelveld is het al jaren een drama. Dus vooral bouwen deze woningen. Maar om dan een bouwoffensief enkel gericht op sociale huurwoningen te lanceren als oplossing van het woonprobleem is een onvolledige aanpak. Verreweg de meeste mensen komen niet eens in aanmerking voor een sociale huurwoning vanwege de inkomensgrens. De woningnood onder de mensen die in feite elke politieke partij voor ogen heeft, blijft dus gewoon bestaan.

Regelen

Eén vraag over één term en de veelkoppigheid van het monster dat woningnood wordt genoemd komt al pregnant naar voren. Ik benijd de politiek ook niet in deze. Toch heb ik er wel behoefte aan dat de politieke partijen hun algemeenheden wat concretiseren, dat ze de bovenstaande vragen voor mij beantwoorden. Op dit moment valt er namelijk niets te kiezen: iedereen zegt hetzelfde.

En dan volgt de volgende stap: het ook daadwerkelijk regelen. Dat is weer een heel ander chapiter. Je kunt wel iets roepen, maar als je niet de instrumenten aangrijpt om sturing te geven (klik hier voor een veelgedeeld artikel hierover), verandert er niets omdat je doet wat je altijd al deed. Tot nu toe zijn dat soort acties achterwege gebleven in onze gemeente. En dus moet er met veel pijn, moeite en ongemakkelijke gesprekken met partijen onderhandeld worden over een aandeel sociale huurwoningen in de plannen of over maximum verkoopprijzen. Dat kost veel tijd en tijd is nu juist iets wat we ons niet kunnen veroorloven. 

Iedereen is gebaat bij een helder beleid, vlotte besluitvorming en een gezonde woningmarkt. Maar er zal nog heel wat water door de Rips stromen voordat we op dat punt zijn, vrees ik. Betaalbare woningbouw: een schoolvoorbeeld van makkelijker gezegd dan gedaan.

Witte rook

VerkiezingenZe zijn er uit. Het college van mijn gemeente Gemert-Bakel staat. En ik moet zeggen: chapeau. De drie kemphanen uit de vorige periode gebroederlijk bij elkaar, er zijn momenten geweest in de afgelopen jaren dat dat een onmogelijkheid leek. Is de politiek onnavolgbaar, of is mijn politiek inzicht niet zo groot als ik zelf graag zou willen geloven? Ik denk dat je het formatieproces van binnenuit mee moet maken om het écht te begrijpen. Laat ik wel zeggen: het is goed zo.

Schaduwen

In een van mijn vorige blogs deed ik nog een stoere duiding van de verkiezingsuitslag, en mijns inziens klopt die nog steeds. Ik eindigde toen ook met de wens dat er vanaf nu vooruit gekeken wordt en geschiedenissen geschiedenissen worden gemaakt. Dat doen ze dan toch wel weer een stukje sneller dan ik had gedacht, waarvoor hulde. Er is een fraai staaltje over-eigen-schaduwen-springen getoond. Uiteraard naar eigen zeggen in het belang van Gemert-Bakel, maar hoe vaak wordt het eigen belang wel niet in termen van algemeen belang verwoord? Het zit er natuurlijk altijd wel bij, want macht (aandacht) en overleven zijn begrippen die met het politieke spel verweven zijn. Maar in dit geval heb ik toch de neiging om te geloven dat de ‘brede coalitie’ en de mix van ervaring en nieuw ook echt als beste oplossing voor de problemen en uitdagingen wordt gezien.

Tevreden

Ik ben het daar ook wel mee eens. De bijtende discussies van de afgelopen tijd, de jijbakken en oorwasserijen van een jaar of drie geleden, het geeft lekkere televisie op de lokale omroep, maar het is ook tegelijk tenenkrommend en a-productief. Dát leek iedereen gaandeweg ook wel in te zien, met als bewijs deze coalitie. Zoals Hans Teeuwen ooit zei: “De rust keert weder in mijn nederige houthakkersstulpje”. Daar lijkt het althans op. Voor alle mensen die betrokken zijn bij de ontwikkelingen in de gemeente (als ambtenaar, politicus, ontwikkelaar, adviseur, ondernemer, inwoner enz.) is het zó veel prettiger als er een positieve stroom is. Dan bereik je wat, dan wil iedereen bij je horen, dan los je problemen op. Dat is overigens een universele wijsheid.

Ik wens het nieuwe college van Gemert-Bakel oprecht alle goeds toe.

Mijn Duiding

VerkiezingenDaar stonden we in het gemeentehuis, te kijken hoe het CDA een absolute meerderheid ging halen. 12 zetels werd doorgegeven en het werd flink warmer in de zaal. Wat gebeurde hier? Noord-Korea aan De Rips, zei ik al. Die vreemde situatie (want dat zou het zijn) kwam in de einduitslag niet meer terug -het bleek een foutje te zijn geweest-, maar de tendens was duidelijk: CDA wint fors, Lokale Realisten verliezen fors. De duidingen buitelden over elkaar heen, en ik doe daar graag aan mee. De uitslag was logisch en verwacht.

Het ís niet de inhoud

Ik sprak een vertegenwoordiger van de Dorpspartij en die kon er niet over uit. Het ging volgens hem goed fout met de landbouw als we zo door gingen, dan moet je niet op het CDA stemmen. Hij ziet alleen niet dat het daar helemaal niet over ging deze keer. Volgens mij niet althans. Het ging om houding, om hoe je met elkaar omgaat. Het college dat er nu nog zit is in mijn ogen veel te lang blijven hangen in de jaren van rancune, de jaren van terugkijken en terugslaan. Met de beste bedoeling om het beter te doen, maar de mensen houden daar niet van. Je mag best even afreageren op de oude heersers, maar dan moet je aan de slag. Vooruit. Het laatste jaar kwam dat wat meer uit de verf, maar in de campagne trof ik het spook van de negativiteit in een paar advertenties en debatten toch weer aan. En negativiteit is uit.

Vernieuwd

Wat zette het CDA, de grote uitdager van de Realisten, daar tegenover? Een vernieuwde lijst, met een nieuwe lijsttrekker. Net op tijd, of precies op tijd, het is maar hoe je het ziet. Met een boodschap van vooruit kijken, actie, en kansen. Wat dat inhoudelijk waard is zal gaan blijken en ze zullen het moeten waarmaken, maar uit oogpunt van verkiezingsstrategie welhaast briljant. Zo zie je maar: vier jaar geleden zat het CDA in de campagnetijd in het verdomhoekje (ik herinner me nog hun donkergrijze foto’s op de borden versus de gelikte folders en glanzende spandoeken van de Realisten), nu is het stuivertje wisselen.

En door

Bezuinigingen, OZB, het speelt ongetwijfeld allemaal mee. En als coalitie verlies je dan zeteltjes, daar kun je van uit gaan. Maar déze verschillen zijn volgens mij door niets anders dan stijl en houding te verklaren. Dus: nu we alles wel een keer geprobeerd hebben, lijkt het me erg zinvol als het vooruit kijken gemeengoed wordt in onze gemeenteraad. Daar waren ze al meer mee bezig de laatste tijd, en waarom zou je daar niet gewoon mee doorgaan? Welke coalitie er ook komt. Ik vind dat we wel klaar zijn met het verleden.

En door.

“Minder regels!”

VerkiezingenHet schalde gisteravond door De Eendracht, bij het op zichzelf prima verkiezingsdebat van het Economisch Platform Gemert-Bakel: “Ondernemers zijn gediend met minder regels, en minder bureaucratie”. De volgende dag lees je het artikel van Rob Wijnberg in De Correspondent en weet je weer meteen dat dat wel loze praat móet zijn. Het zit namelijk niet meer in ons systeem om dingen los te laten, we zijn te ver heen in het willen controleren van alles.

Uitzonderingen bevestigen de regel

Elke regel in ons land is ooit bedacht, en veel ervan zijn ooit bedacht om een uitzondering tegen te houden. Een muur van 2,5 meter? Dat kan niet! Regel: een muur mag maximaal 2 meter hoog zijn. Zo zijn er duizenden regels gemaakt, van bouwen tot uitkeringen, van belastingen tot zorg. En je kunt wel regels schrappen, maar geheid staat er niet lang daarna iemand op de stoep die juist daardoor nu negatief geraakt wordt. Conclusie: zo kan de regel niet bedoeld zijn, en hup: hij is weer terug, of er komt een andere voor in de plaats. Het bouwwerk wat we op al die uitzonderingen gebouwd hebben is niet meer te overzien en erger nog: naar mijn mening ook niet meer te veranderen. Het is te laat.

Voorbeeld

Gisteren kwam tijdens het debat ter sprake de verruimde regelgeving voor het houden van feesten en partijen in sportkantines en MFA’s. De nieuwe regel: maximaal 12 keer per jaar mag een niet-verenigingsgerelateerd feest worden georganiseerd. De plaatselijke horeca op zijn kop: die ondervinden oneerlijke concurrentie en zien hun omzet dalen. Sommige partijen toonden zich fel tegenstander van deze regel, degene die hem gesteund heeft eindigde het debat met de woorden: daar moeten we misschien nog eens naar kijken. Tsja, en nu? Rapapa, hier komt een nieuwe uitzonderingsregel aan, of het wordt alsnog teruggedraaid. Maar wat mag er dan nog wél in de MFA’s? Het is triest, maar zo komen we er dus niet uit met zijn allen. We draaien geregeld dergelijke rondjes.

Debat

Ondertussen scherpt mijn beeld zich op wie ik ga stemmen, mede door het debat. De een praat een potje onsamenhangend van heb-ik-jou-daar, de ander schermt met onjuiste feiten. Tsja, dan val je af bij mij. De volgende lijkt me ietwat bozig van nature, en weer een ander spreidt bij een bepaald onderwerp zelfs een ongezonde hekel ten toon. Scoort allemaal geen punten. Maar er waren er -laten we zeggen- twee, heel misschien drie maar dat is meer de wens en de vader en de gedachte, die goed uit hun woorden kwamen, zinnige dingen zeiden en goed lieten zien hoe we met elkaar om zouden moeten gaan in deze gemeente.

Ik weet het bijna.

Mijn Stem

Verkiezingen

En ineens drong het tot me door. Dit worden sinds 1998 de eerste gemeenteraadsverkiezingen waarbij ik geen ambtenaar ben. Een heel verschil, kan ik u zeggen. Ik vond dat altijd mooie, soms verbijsterende maar ook zeker spannende tijden. Wie worden de nieuwe bazen? De ene periode is de andere niet, dat kan ik u wel vertellen. We waren er in het gemeentehuis dan ook altijd behoorlijk mee bezig. Ook lang niet iedereen trouwens, maar ik in ieder geval wel.

Ik had natuurlijk altijd wel een soort slot op mijn mond naar buiten toe, want als ambtenaar moet je hierin voorzichtigheid betrachten. Nu ben ik vrijer, al is dat ook betrekkelijk want voor diverse opdrachtgevers is het wel degelijk van belang hoe het Gemert-Bakelse gemeentebestuur eruit gaat zien. Ik kan dus nog steeds niet te hard dingen gaan roepen, vind ik zelf. Noem het laf, noem het pragmatisch, het is zo.

Stilte

Of het komt doordat ik nu op afstand sta of niet, maar het beklijft tot op heden allemaal niet zo, die campagnes. Het ontbreekt aan grote polemieken in de krant, en aan discussies in het café. Misschien komt dat nog in een groot slotoffensief de komende anderhalve week (ik hoop het), maar het is wat lauw. Anders dan vier jaar geleden. En ik moet toch mijn voorkeur stilaan gaan vormen. Dat is bij mij namelijk nooit een automatisme.

Standpunten

Op basis waarvan kies je? Standpunten natuurlijk! Yeah, right. Ik stem op de partij die staat voor een mooie gemeente waar het goed wonen en werken is, die de lokale economie, werkgelegenheid en toerisme wil stimuleren, die streeft naar een duurzame landbouw voor gezonde mensen en dieren en die kleinschalige betaalbare zorg wil dicht bij de burger. Maar hé: dat zijn alle partijen! Daar kom ik dus niet veel verder mee.

Stijl

Dus wordt mijn stem in de gemeentepolitiek meestal bepaald door kwaliteiten van personen en hun stijl van debatteren en discussiëren. Als dat een beetje intelligent gebeurt, scoor je bij mij al pluspunten. Maar ook het mensbeeld, wat misschien een groot woord is voor de gemeentepolitiek, speelt mee. Hoe kijken de politici aan tegen initiatieven uit de samenleving, tegen hun mensen? Stimuleren ze of breken ze plannen in de knop? Het komt er eigenlijk op neer: ik stem gewoon op een goede, verstandige kerel of vrouw.  Dan weet u dat.

Oh, en nooit op de grote machtsblokken. In het kader van de balans. Dat is er gewoon met de paplepel ingeslagen.